Posts tonen met het label fictie. Alle posts tonen
Posts tonen met het label fictie. Alle posts tonen

woensdag 2 januari 2013

Een fortuinlijke dag

Met dit verhaal heb ik meegedaan aan een schrijfwedstrijd. Samen met 39 andere winnende verhalen is het gepubliceerd in een verhalenbundel "Ik feliciteer je"


Een fortuinlijke dag
Met trillende handen maakt Rachel de envelop open. Ze houdt de brief bij het licht en haar hartslag versnelt als haar ogen over de regels vliegen.

7 mei 2011
Geachte mevrouw,
Uw inzending op de prijsvraag is zo origineel dat u genomineerd bent om mee te dingen naar de hoofdprijs. Het is ons dan ook een grote eer u uit te mogen nodigen op onze openingsreceptie waar de winnaar bekend gemaakt zal worden.
U wordt zaterdag 14 mei a.s. om 14.00 uur opgehaald door onze chauffeur.
Met vriendelijke groeten,
Namens de directie,
Eric van Loof

Rachel laat zich in haar favoriete stoel zakken en kijkt uit het raam naar de spelende kinderen in het parkje voor haar appartement. Nog een weekje in spanning, zou haar felbegeerde plan dan toch gaan slagen?
De hele week voltrekt zich in een roes en eindelijk, eindelijk is het zover.
Het is zaterdag 14 mei. Rachel is al vroeg in de douche geweest en wacht in de hal op de taxi die haar naar de kapper zal brengen. Het ritje in de taxi is zoals altijd ontspannend. Heerlijk rondkijken op straat naar vrouwen achter kinderwagens, oude mannetjes die op een bankje zitten. De stad bruist van het leven. Trams rinkelen hun bel in de chaos van het verkeer. De ochtend vliegt voorbij en als kapper Jean Pierre haar blik vangt in de spiegel, kijkt Rachel hem met twinkelende ogen aan. Ze herkent de vrouw in het spiegelbeeld nauwelijks.
  “Ben ik dat?” vraagt ze verbaasd.
  “Succes Rachel, als iemand die hoofdprijs verdient, dan ben jij het wel.”
Buiten toetert de taxi en Jean Pierre loopt samen met haar naar buiten.
  “Ik bel je vanavond,” belooft ze en stapt in de wachtende taxi.
Thuisgekomen kan ze bijna niet eten van de zenuwen. Om klokslag 14.00 uur gaat de deurbel. Rachel pakt haar tas en loopt naar de lift. Beneden in de hal staat een echte ouderwetse Engelse chauffeur.
  “Mevrouw Peeters?” vraagt hij met uitgestreken gezicht.
  “Helemaal” antwoordt Rachel.
De chauffeur biedt haar zijn arm aan. Bij de auto aangekomen opent hij het portier van de prachtige, zwartglanzende limousine en Rachel zakt weg in de zachte lederen bekleding. Rustige muziek klinkt door de speakers en een glaasje jus d’orange staat in een houder op het midden van de brede achterbank.
  “Je zou haast denken dat ik al gewonnen heb,” zegt ze lachend tegen de chauffeur.
Zijn ogen treffen haar in de binnenspiegel maar verraden geen enkele emotie.
Bij de showroom is het een drukte van jewelste. Een rode loper ligt klaar en aan weerszijden staan prachtig witte plantenbakken met olijfboompjes.
De chauffeur stopt precies op de juiste plek en loopt om de auto heen om Rachel te helpen uitstappen. Statig loopt Rachel de rode loper over, links en rechts klinkt geroezemoes en fotocamera’s flitsen. Ze voelt zich een filmster.
Binnen staat een sympathiek ogende man tussen een groepje journalisten. Hij ziet Rachel binnenkomen en maakt zich los uit de opdringerige reporters.
  “Daar is mijn geëerde gast, mevrouw Peeters” zegt hij en hij loopt op Rachel toe. Zijn ogen twinkelen bij de gedachte aan wat nu gaat volgen. Alle hoofden draaien zich om naar Rachel en het wordt ineens muisstil.
Achter hem staat op een draaiend podium een auto onder een zwartfluwelen hoes. Het geroezemoes wordt hervat en Rachel voelt haar hartslag versnellen.
  “Welkom mevrouw Peeters,” zegt de charmante man.
  “Ik ben Eric van Loof, eigenaar van deze nieuwe showroom.”
“Goedemiddag, Eric. Ik ben Rachel en noem me alsjeblief bij mijn voornaam anders voel ik me zo oud” zegt Rachel glimlachend en biedt Eric van Loof haar rechterhand aan.
Hij kust haar hand en legt deze op zijn arm en samen lopen ze naar de klaarstaande roodfluwelen stoel bij het podium.
Nadat iedereen plaats heeft genomen stapt hij naar de microfoon.


  “Geachte aanwezigen, beste klanten en relaties” zegt hij, de aanwezigen aankijkend.
  “Vandaag is een zeer bijzondere dag. Na vijftig jaar neemt mijn vader afscheid als directeur van Garage van Loof, draagt zijn kindje over aan mij en openen we trots onze nieuwe showroom.”
      “Tevens wordt vandaag de hoofdprijs uitgereikt aan de winnares van onze prijsvraag.” Hij draait zijn hoofd veelbetekenend naar het ronddraaiende podium en kijkt vervolgens de gasten weer aan.
Fotocamera’s flitsen. De heer van Loof weet de spanning op te bouwen.
  “Stilte alstublieft” vermaant hij de toenemende onrustige aanwezigen.
  “Het zal u wellicht verbazen dat de hoofdprijs wordt uitgereikt aan een dame van bijzonder hoge leeftijd. Haar motivatie om deze auto te winnen heeft de jury unaniem doen besluiten om Rachel Peeters te verkiezen tot winnaar. Hierover later meer.”
  “Beste mevrouw Rachel Peeters, ik feliciteer u en overhandig bij deze graag de sleutels.”
  “Wilt u mij de eer bewijzen het doek samen te verwijderen?”
Rachel staat op en loopt samen met Eric naar de ronddraaiende auto. Het podium wordt stilgezet en ze pakken beiden een punt van het doek. Met een vloeiende beweging wordt het zwarte satijnen doek van de auto getrokken en komt er een prachtige wit glimmende Fiat 500 onder het doek tevoorschijn. Het is een schattig cabriootje en het rode linnen dakje is opengevouwen. Een snoepje om te zien. Een boeket fluweelrode rozen ligt op de motorkap.
Het publiek staat op en applaudisseert. Opnieuw flitsen de camera’s.
Na de nodige foto’s loopt Eric met Rachel terug naar de microfoon.
  “Lieve Rachel, mag ik u vragen om zelf verhaal te vertellen?”
Rachel aarzelt even, knikt dan en neemt plaats achter het spreekgestoelte.
  “Ik ben Rachel Peeters, geboren in Rome op 11 februari 1921. Mijn vader was een Joodse kunstschilder uit Antwerpen en werd verliefd op mijn moeder tijdens een schildercursus in Rome. Ze trouwden en kregen mij, hun enige dochter. Op mijn 18e was ik smoorverliefd op Edoardo, een jonge Italiaanse ingenieur werkzaam bij de Fiatfabriek en medeontwerper van de Fiat 500 Bollino. De oorlog brak uit en Edoardo heeft ons in een Bollino de grens over gesmokkeld naar een onderduikadres in België. De spannende rit met zijn vieren en onze bagage samengepropt in het kleine autootje staat me nog altijd helder voor de geest. Het was een rit met de nodige gevaren en Edoardo heeft ons leven gered. Hij kon echter niet bij ons blijven, hij moest terug naar Italië. Onze valse papieren waren afgegeven door een hoge officier in het Italiaanse leger. Als tegenprestatie moest Edoardo zijn diensten aanbieden als werktuigkundig ingenieur bij de speciale troepen van het Italiaanse leger. Ik heb hem nooit meer terug gezien.”
Rachel stopt even en neemt dankbaar een slokje water wat de assistente van Eric haar aanreikt. Ze slikt een paar maal en krijgt haar emoties weer onder controle.
“U moet weten dat ik zwanger was van een tweeling. Ze zijn veilig ter wereld gekomen hier in België. We zijn diverse malen van onderduikadres veranderd en na de oorlog zijn we naar Antwerpen verhuisd. Mijn vader heeft veel gedaan voor de Joodse gemeenschap. Jaren heeft hij gezocht naar Edoardo en ontdekte dat hij gevangen is genomen aan het einde van de oorlog. Daarna loopt het spoor dood, niemand weet waar hij gebleven is, of hij nog in leven is of ergens in een unaniem graf rust. Ik was nog jong, moeder van twee jongetjes en ben, toen ik dertig was, getrouwd met Danny Peeters.
Een noodlottig ongeval heeft in 1960 het leven gekost aan mijn lieve echtgenoot en de tweeling toen ze een weekje waren gaan vissen in Schotland. Ik was kapot van verdriet en was alle zin voor het leven verloren. Maar mijn vader vroeg me zijn werk voort te zetten in Joods Museum voor Deportatie en Verzet. Zijn jarenlange verzamelwoede van allerlei documentatie had bijgedragen aan de indrukwekkende bibliotheek. Al snel ging ik aan de slag als vrijwilligster en kreeg op een dag een dagboek in handen. Het bleek het dagboek van Edoardo.”
Rachel’s stem hapert maar moedig recht ze haar schouders, neemt opnieuw een slokje water en vervolgt haar verhaal.
“Edoardo beschreef alle plaatsen die hij ons wilde laten zien in zijn geliefde Italië als hij het strafkamp zou overleven en hij ons kon komen halen. Dat was zijn drijfveer om het vol te houden.”
Rachel stopt weer even. De herinneringen aan de eerste keer dat ze het dagboek onder ogen kreeg zorgen voor een waas van tranen. Zo pijnlijk maar tegelijkertijd zo enorm kostbaar. Moedig vervolgt ze haar verhaal.
“De plaatsen waren zo levendig beschreven, ik kon bijna de geuren ruiken van de pizza’s en Italiaanse wijnen. Hij beschreef ons geliefde Rome maar ook Tivoli, San Marino. Livorno, Verona en Firenze.
Ik ben oud, negentig jaar om precies te zijn en mijn laatste wens is, voordat ik sterf, in een Fiatje 500 al deze plaatsen te bezoeken. Via een oproep in de krant en op internet wil ik graag een jongeman zoeken die mij rond kan rijden zoals in de film Driving Miss Daisy.
En dan wil ik sterven in mijn geliefde vaderland. Mijn Fiatje zal ik nalaten aan de jongeman die samen met mij dit avontuur durft aan te gaan om mijn droom te verwezenlijken.”

Opeens klinken de klanken van Eros Ramazzotti door de speakers.
Er komt een leuke jongeman binnengewandeld in een chauffeurspak, hij draagt een stropdas in de kleuren van de Italiaanse vlag.
“Beste Rachel,” klinkt het door de microfoon. Eric staat achter het spreekgestoelte. “Ik feliciteer je nog een keer. Dit is Fabrizio. Hij zal je rondtoeren in Italië in je Fiat 500”.
Rachel moest gaan zitten, alle kleur was uit haar zorgvuldig opgemaakte gezicht weggetrokken. Het leek of ze terug was in de tijd. Fabrizio had iets heel bekends. Dat haar, die ogen. Zijn lippen. Het duizelt even en ze drukt haar geparfumeerde zakdoekje tegen haar neus. Dat helpt. De prikkeling in haar neus laat het suizen in haar oren ophouden.
Langzaam dringen de woorden van Erik weer tot Rachel door.
“Fabrizio werkt in Italië bij de Fiatfabriek en is bevriend met mijn dochter Juliëtte die daar stage loopt. Mijn dochter vertelde hem over de inzendingen op de openingswedstrijd waaronder jouw prachtige verhaal.
Fabrizio is twintig en in opleiding bij Giovani, de directeur van de Fiatfabriek. De vader van Giovani, Manfrede, heeft een butler die hem gediend heeft na de oorlog. Ze hadden elkaar ontmoet in een strafkamp. Een man die zo mishandeld was dat hij nooit meer heeft gesproken maar die wel het leven van Manfrede had gered in het kamp. Bij de bevrijding heeft Manfrede zijn vriend mee naar huis genomen en werk aangeboden als butler. De butler kreeg een relatie met de huishoudster en ze kregen samen een kind in 1950: Luca.
Luca en Giovani groeiden samen op.
Toen de moeder van Luca stierf ging ook zijn vader snel achteruit. Hij werd steeds zwakker en Luca zat op een avond te waken aan zijn bed. Hij kreeg een stapeltje brieven in zijn handen gedrukt. Oude brieven, het papier was vergeeld en met een touwtje aan elkaar gebonden. Zijn vader keek hem smekend aan. Luca maakte het strikje los en is gaan lezen. De brieven waren gericht aan ene Rachel in België. Er stond geen adres op de brieven, ze waren volgeschreven met verlangens over het rondtoeren in een Fiatje 500 naar plaatsen als Livorno, Verona, Firenze”. Eric pauzeert even.
Rachel hapt naar adem. Fabrizio loopt naar haar toe. Tranen stromen over zijn wangen, Italianen staan bekend om hun emotionele reacties.
“En dit is dus Fabrizio, de zoon van Luca en de kleinzoon van jouw Edoardo”.
Er gaat een diepe zucht door de showroom. De aanwezigen waren allen in de ban van het verhaal. Dan barst er een uitzinnig applaus los. Iedereen brengt een staande ovatie uit.

Fabrizio heeft Rachel in zijn armen genomen.
“Ciao Nonna Rachel,” zegt hij snotterend.
“Mio Dio, io sogno?” “Mijn God, droom ik?” vraagt Rachel. Ze weet heel goed dat dit haar kleinkind niet is maar het voelt wel zo. Het kleinkind van Edoardo. Zelf heeft ze geen kleinkinderen gekregen door de dood van de tweeling, nu heeft ze de kleinzoon van Eduardo in haar armen. Dat is pas de hoofdprijs winnen. Wat een fortuinlijke dag.

Elles Jansen, 12 oktober 2012

Het Kerstengeltje

Het kerstengeltje


Het was vrijdag 23 december, de laatste schooldag voor de kerstvakantie. Ingrid zwaaide haar zoontje Sam uit die gehaast op zijn fiets sprong op weg naar school.
Toen hij niet meer omkeek sloot ze de voordeur en leunde met haar voorhoofd tegen het koude glas. Kerst. Ze moest dit jaar niet veel boodschappen halen want ze waren eerste Kerstdag bij haar ouders en tweede kerstdag… Ze zakte op de grond en begon onbedaarlijk te huilen.
Wessel duwde zijn kop onder haar arm. Hij wou haar troosten, of zelf getroost worden. Niets was meer hetzelfde. Ze sloeg haar armen om de Golden Retrever en bleef nog even zo zitten. Toen stond ze op. Ze moest in actie komen. Douchen, aankleden en naar buiten met Wessel.
De warme stralen uit de regendouche deden haar goed en ze bleef er extra lang onder staan.
Ze was net klaar met het droogföhnen van haar haren toen ze de telefoon hoorde overgaan.
“Hallo met Ingrid Huizen”
“Dag mevrouw Huizen, met het secretariaat van St. Jozef. Is uw zoontje ziek?”
“Sam ziek, hoezo? Hij is gewoon naar school.”
“Hij is niet hier mevrouw, zijn meester kwam ons vragen even naar huis te bellen.”
Ingrid keek op de wekker in de slaapkamer en zag dat het al 9.15 uur was. Sam was om 8.30 uur vertrokken. De school begon om 8.40 uur.  Haar hart bonkte en haar oren gingen suizen, ze zakte op het bed.
“Mevrouw Huizen, bent u daar nog? Hallo, hallo. Mevrouw Huizen?”
“Ja, ja ik ben er nog. Ik snap het niet. Ik ga gauw de route rijden.”
In paniek rende ze de trap af, schoot haar schoenen aan en griste haar jas van de kapstok. Ze sprong op haar fiets. Wessel blafte met luid protest achter de glazen voordeur.
Het was niet ver naar de school. Ingrid verminderde vaart en keek of zijn fiets bij de buurtwinkel stond, misschien was hij stiekem snoep kopen maar er stond geen groene mountainbike.
Ze fietste van het parkeerterrein af en volgde de weg naar school. Ze zag niks. Bij het schoolhek stonden geen moeders meer. Ze fietste over het schoolplein, direct naar het secretariaat. De directeur kwam al naar buiten gelopen.
“En?”
“Ik heb niets gezien onderweg, ook niet bij de supermarkt” Ingrid begon te huilen. “Dat kan toch niet. Hebben we al niet genoeg ellende gehad dit jaar?”
“Probeer rustig te blijven mevrouw, niet meteen het ergste denken. We zullen eerst in de klas vragen of iemand Sam heeft gezien vanmorgen,” zei de directeur terwijl ze richting de ingang liepen van de bovenbouw lokalen.
“Hij is vrij laat vertrokken,” zei Ingrid met gesmoorde stem.
De directeur opende de deur van het klaslokaal. De leerkracht kwam direct op hen toegelopen, ze overlegden even en toen vroeg meester Frank aan de kinderen of iemand Sam had gezien die ochtend.
“Waarom meester? Is er wat gebeurd?” riepen kinderen door elkaar. Sommigen stootten elkaar aan en wezen naar Ingrid: “Kijk daar staat zijn moeder.”
Niemand had Sam gezien.
“Kom” zei de directeur, “laten we teruggaan naar het secretariaat.”
Ingrid ging zitten en kreeg een glas water en kop koffie voorgezet. Ondertussen was de directeur aan het bellen met de politie.
“Ze komen eraan en zijn hier binnen vijf minuten.”
“Was er iets bijzonders vanmorgen?” vroeg de directeur.
“Nee, niks. Hij was wel een beetje stil maar het is ook een moeilijke tijd nu kerst er aan komt.”
De deur van het secretariaat ging open en twee politieagenten kwamen binnen.
Ze stelden allerlei vragen aan Ingrid. Hoe laat was hij vertrokken. Hadden ze telefoonnummers van andere ouders zodat gebeld kon worden of iemand hem had zien fietsen. Wat had hij aan, hoe zag zijn fiets eruit. Had ze een recente foto bij zich? Was er ruzie geweest die ochtend, hoe had Sam zich de laatste dagen gedragen. Waar zou hij naar toe gaan als hij weg zou lopen.
“Weg zou lopen?” zei Ingrid. “Waarom zou hij weglopen? We hebben alleen elkaar nog” en ze begon opnieuw te huilen.
De vrouwelijke politieagent sloeg onhandig een arm om haar heen en klopte op haar schouder.
“We onderzoeken alle pistes mevrouw, daarom vragen we zoveel. Waar woont uw familie en heeft u al iemand gebeld?”
Ingrid schudde haar hoofd. En ze had ook geen foto van Sam bij zich. Ze was zonder tas of portemonnee vertrokken. En wie kon ze bellen? Haar moeder? Nee geen goed idee. Die zou gelijk instorten. Sam is haar lieveling. Ze besloot haar beste vriendin te bellen. Sam en Simon waren vriendjes ook al zat Simon op een andere school. Suzanne had een sleutel en kon thuis haar tas ophalen.
De politie vond dat Ingrid beter terug naar huis kon gaan. Als er wat gebeurd was dan zou er naar huis gebeld worden en nu was er niemand om de telefoon op te nemen. Ze zetten haar fiets in het politiebusje en reden met haar naar huis. De directeur zou naar Suzanne bellen en zorgen dat zij naar het huis van Ingrid zou gaan.

Het politiebusje en Suzanne kwamen tegelijkertijd de straat ingereden.
Ingrid stapte uit en viel huilend in de armen van haar vriendin. Suzanne gaf de sleutelbos aan de agente die de deur openmaakte en ze liepen de woonkamer in.
De lampjes van de kerstboom stonden aan en voor het raam hing een neonlichtsneeuwpop. Overal kerstversiering. Op het dressoir stond een Dickens kerstdorp met lampjes in de huisjes. Een schaatsend paartje draaide rondjes op de ijsbaan. Het leek zo misplaatst.
Ingrid liep naar de stekkerdoos en wilde alle stekkers eruit trekken maar Susanne hield haar tegen. “Niet doen, niet de moed opgeven.”
“Misschien is hij gevallen en door iemand meegenomen om een pleister te plakken.”
“Misschien ligt hij wel zwaargewond in het ziekenhuis?” Ingrid begon weer te huilen.
Ze hoorde de politieagente bellen in de keuken. Suzanne stond op van de bank en liep naar de keuken. Ze vulde het Senseo apparaat met water en begon koffie te zetten.
De andere politieagent vroeg aan Ingrid of ze een foto had van Sam. Ingrid liep naar het dressoir en haalde er een lijstje uit. Een foto van Sam met Wessel aan zee. Die was deze zomervakantie genomen. De agent wilde de foto uit het lijstje halen maar Ingrid wilde dat niet. De foto mocht niet beschadigen dus moest met lijst en al maar meegenomen worden.
De vrouwelijke agente kwam terug uit de keuken gelopen en zei dat alle ziekenhuizen in de omgeving gebeld waren. Er was geen kind van tien jaar op de Spoed binnengebracht.
Opgelucht haalde Ingrid adem om direct daarna nog verder in paniek te raken.
“Stel dat ze hem hebben meegenomen, O mijn god.”
De deurbel ging. Ingrid veerde op.
Suzanne ging open doen.
De huisarts kwam binnen.
“Hallo Ingrid, wat is er gebeurd?”
“Sam is kwijt, hij is niet op school aangekomen. Niemand heeft hem gezien.” Ingrid begon te hyperventileren. De huisarts deed zijn tas open en haalde er een spuitje uit en een flesje en verbandgaasje. Hij pakte de rechterarm van Ingrid, schoof haar trui omhoog en maakte een stukje huid schoon met het verbandgaasje. Toen volgde een prikje. Binnen enkele minuten daalde er een rust over Ingrid heen. Haar hartslag werd weer normaal en ze zakte achterover in de bank.
De telefoon ging en de politieagente liep naar de gang.
Toen ze terugkwam knielde ze voor Ingrid neer. “Mevrouw we hebben nieuws, Sam is gesignaleerd door een moeder rond negen uur bij het station. Onze patrouille is naar het station gereden en hebben een groene mountainbike van het merk Batavus in de fietsenstalling zien staan. Ze hebben er een foto van gemaakt, kunt u kijken of dit zijn fiets is?” Ze hield haar iPhone voor Ingrid. Ja dat was beslist de fiets van Sam. Er zat een sticker op van Ajax, zijn favoriete voetbalclub.
“Ja, dat is de fiets van Sam. Wat doet die op het station?”
“Dat gaan we nu uitzoeken” zei de agente die vervolgens opstond en een nummer intoetste. “Positief, ga de loketbeambte ondervragen en bekijk de camerabeelden.”

Suzanne zette een dienblad met koffie en koekjes neer op de salontafel.
“Ik ga even met Wessel naar buiten, ben zo terug” zei ze. “Blijft u nog even hier dr. Willems tot ik terugben? Het is wel fijn voor haar om een bekend gezicht bij zich te hebben.”
“Ja, dat is goed, ik kan nog wel even blijven,” zei de huisarts terwijl hij in zijn koffie roerde.
Wessel stond op toen hij Suzanne met de riem hoorde rammelen en sjokte achter haar aan. Zijn normale enthousiasme als de riem in beeld kwam, bleef uit. Alsof hij heel goed aanvoelde dat er iets niet in de haak was. Honden zijn hoogsensitief. Daar was Suzanne heilig van overtuigd.
Ze liepen links de straat in en Wessel volgde aan de voet. Hij plaste bij een boom en wilde direct weer terug naar huis.  Maar Susanne trok aan de riem en stak de straat over naar het parkje.
In de bomen hingen lichtjes, het parkje was prachtig versierd. In het midden stond een kerststalletje met levende dieren. Ezels, schapen en een os. Susanne deed een schietgebedje voor het kribje met kindje Jezus. “Lieve Heer, laat Sam alstublieft ongeschonden weer terug komen, mijn vriendin heeft al genoeg verloren dit jaar.” Ze sloeg een kruisteken en was verbaasd over zichzelf van dit automatische gebaar. Als kind ging ze iedere week naar de kerk maar de laatste jaren alleen nog maar met feestdagen, met de kinderen om ze toch iets van het katholieke geloof bij te brengen ook al zaten ze op de openbare lagere school. Ze wist dat Ingrid op dit moment het geloof in God een beetje was verloren en daarom kon het geen kwaad dat zij een gebed had opgezegd.
Wessel trok opnieuw aan de riem, hij wilde pertinent terug naar huis.

Er stond een tweede politiebusje in de straat. Suzanne versnelde haar pas. Laat het niet waar zijn, laat er in godsnaam niet gebeurd zijn.
De deur vloog al open nog voor ze aangebeld had.
“Ze hebben hem gezien op de camera van het station,” zei Ingrid. “Hij is om 09.30 uur in de trein gestapt naar Antwerpen. De spoorwegpolitie heeft de beelden doorgeseind naar het Centraal Station en daar is hij ook gesignaleerd. Alleen. Wat moet mijn kleine ventje nou helemaal in zijn eentje in Antwerpen?”

Ingrid keek op haar horloge. Het was inmiddels 11.00 uur. Ze voelde zich een stuk rustiger nu ze wist dat hij niet door iemand meegenomen was.  Het spuitje van de huisarts werkte inmiddels ook helemaal. Ze werd zelfs wat slaperig. De huisarts merkte dit op en stelde voor dat ze even op de bank ging liggen en legde een plaid over haar heen.
“Ik ga mijn ronde rijden Ingrid, bel maar als er nieuws is” zei hij. Hij pakte zijn dokterstas, sprak nog even met de politie en Suzanne en vertrok. De politiemannen van het tweede busje dronken hun koffie op en verdwenen ook, ze namen de andere agent mee. Alleen de vrouwelijke agente bleef achter bij Ingrid en Suzanne.
Ingrid was in slaap gevallen.
Susanne en de agente gingen in de keuken zitten waar de agente het hele verhaal te horen kreeg over Dirk, de man van Ingrid. De mobiele telefoon van de politieagente ging over, haar gezicht klaarde op.  “Oké, ik zie jullie zo.”
“Hij is terecht, mijn collega’s uit Antwerpen zijn met hem onderweg. Ze hebben hem opgepikt toen hij terug kwam bij het station.” Ze keken de kamer in waar Ingrid nog steeds lag te slapen.
“Laat haar nog maar even slapen,” zei Suzanne opgelucht. In stilte dankte ze God voor de goede afloop.
Een kwartiertje later ging de deurbel. Ingrid veerde op en zag door het raam haar zoontje staan naast twee politieagenten. Ze struikelde over haar voeten toen ze naar de deur wilde lopen. Sam vloog naar binnen en huilend vielen ze elkaar in de armen.
“Sorry mama, ik heb er niet bij nagedacht dat je me kwijt zou zijn. Ik wilde alleen maar een cadeautje voor je halen want Simon had gezegd dat de kerstman niet bestaat en dat papa en mama de cadeautjes kopen. En wie moest er jouw cadeautje kopen nu papa in de hemel is. Kijk eens wat ik voor je heb” Hij gaf haar een doosje van Pandora en toen Ingrid het opende lag er een zilveren engeltje met twee kristalletjes in de vleugels te schitteren. “Zie je mama, zo is papa deze kerst toch bij jou.”


©Elles Jansen / 26 november 2012

woensdag 21 november 2012

de Venetiaanse Affaire - deel 5


Hoofdstuk 5

Dag 2, avond

 
Het glas valt op de grond, scherven spatten uiteen. De wijn vloeit weg tussen de voegen van de leisteen tegels.

Marco wacht nog heel even en drukt een sneltoets in op zijn telefoon.

Twee sterke mannen komen de tuin inlopen en tillen Julia voorzichtig op. Ze gaan naar boven en leggen haar op bed.

In de kamer ernaast staat een man in een zwart satijnen badjas uit het raam te kijken. Hij had gisteren al gehoopt hier te zijn maar op het laatste moment werden de plannen gewijzigd. Alesandra heeft hem een kleine pil gegeven die hij wegspoelt met een slok water. Er wordt kort op de tussendeur geklopt. Het is zover.

De man doet zijn halve masker voor en maakt het vast met een speciale sluiting waardoor het goed blijft zitten. Het meisje op het bed is wakker, tenminste ze is bij bewustzijn maar ook weer niet. Door de medicatie is ze verdoofd, haar hersenen registeren niet waar ze is of met wie. Haar lichaam reageert wel op aanrakingen, dat heeft men hem in ieder geval verzekerd.

De kamer is verduisterd, alleen een paar kaarsen verspreiden wat licht. Op de achtergrond klinkt zachte muziek.

Angelo loopt op het bed af en gaat geknield op het bed zitten.

Het meisje strekt haar hand uit om het masker af te trekken maar dat lukt niet. Het is een onbeschilderd wit masker. Het is niet eng maar waarborgt zijn anonimiteit, voor het geval dat.

De strakke binding doet wel iets met de zuurstoftoevoer naar zijn hoofd of zou dat door het pilletje komen?

Hij verplaatst zich zodat hij aan het voeteneinde van het bed zit en raakt zacht haar voeten aan. Terwijl hij zich naar voren buigt kust haar benen en glijdt traag met zijn vingers over haar satijnen jurkje naar boven. De stof gaat langzaam mee. Zijn adem stokt, er zit niks onder het jurkje. Alessandra heeft alles perfect voorbereid. De zoete geur van vanille prikkelt zijn neusgaten. Hij snuift diep. Het meisje kreunt zacht en haar handen woelen door zijn haar. Hij heeft hetzelfde soort haar als Marco, maar hij wil niet dat ze ontdekt dat er iemand anders achter het masker schuilgaat en grijpt haar handen vast. Hij wil beslist ieder risico vermijden. Zijn positie mag onder geen enkel beding in gevaar komen.

“Ssst,” fluistert hij en haalt een lint uit de zak van zijn kamerjas. Hij bindt haar polsen bijeen en maakt het lint met een simpele lus vast aan de spijlen van het bed.

Het meisje protesteert, probeert haar handen los te trekken maar hij smoort het protest met een hartstochtelijke kus. Hij haalt nu een shawltje uit zijn zak en knoopt dat rond haar gezicht. Hij blaast de kaarsen uit die aan weerszijden van het bed staan zodat er alleen nog een vaag licht van de kaarsen bij het tafeltje naast de deur komt. Met zijn vinger streelt hij over haar hals naar beneden. Zijn vingers haken achter de spaghettibandjes en trekken het rode stretch jurkje naar beneden zodat haar volle borsten ontbloot worden. Hij beroert even haar gezwollen tepels, laat los en streelt dan de binnenkant van haar dijen. Ze kreunt en kronkelt. Hij lacht zacht om haar ongecontroleerde reactie.

Met zijn vrije hand probeert hij zijn masker los te maken, maar dat lukt niet met één hand. Hij knoopt zijn badjas los en gaat schrijlings op haar zitten zodat hij met beide handen zijn masker los kan maken. Hij legt hem naast zich, binnen handbereik. Dat lucht op.

Dan doet hij alles met haar waar hij de vorige nacht over heeft gefantaseerd.

Alessandra had gelijk toen ze zei dat Tonio had beloofd dat deze jonge vrouw speciaal was. Ze is nog maagd. Even slaakt het meisje een gil maar de medicijnen doen hun werk en ze biedt geen verzet. Geleidelijk aan ontspant haar lichaam en de natuurlijke bewegingen die in het onderbewustzijn van alle vrouwen verscholen zitten, komen automatisch in werking.

Tot middernacht kan hij zijn lusten botvieren. Dan is het feestje afgelopen en moet hij zorgen dat hij ongezien door de Canal Grande naar zijn eigen Palazzo geraakt.
Veel te snel naar zijn zin wordt er twee keer achterelkaar kort op de deur geklopt. Het is tijd.

Hij kijkt naar het meisje dat in slaap is gevallen. Toch zet Angelo het masker op en glipt in zijn kamerjas. Via de tussendeur gaat hij naar de andere kamer waar zijn spullen liggen en neemt een koude douche. De harde stralen prikken als spelden in zijn verhitte huid. Hij is helemaal in de ban van het meisje.

Alessandra opent zachtjes de deur van de kamer waar Julia nog steeds ligt te slapen. Ze rolt haar op haar andere zij, trekt het besmeurde laken los en duwt het zo ver mogelijk onder Julia. Daarna rolt ze haar de andere kant op en trekt het laken helemaal weg. Vakkundig herhaalt ze deze handeling met een schoon satijnen laken en stopt het aan weerszijden in tussen de matras en het antieke houten ledikant. Ze strijkt de kreukels weg en haalt een washandje met zeep over de intieme delen van Julia. Vervolgens trekt ze haar het slipje weer aan. Dan laat ze Julia iets drinken uit een flesje met een rietje Omdat ze weet dat Julia binnen enkele minuten uit haar slaap zal ontwaken, steekt ze de kaarsen weer aan. Ze maakt de linten en de shawl los. Voordat ze de deur uitglipt, neemt ze alle spullen mee en draait de deur op slot.

Marco loopt te ijsberen in de aangrenzende kamer die Angelo zojuist verlaten heeft  Hij baalt ervan dat hij zelf niet de eerste mocht zijn. Maar het bedrag dat Angelo bood was viermaal zo hoog als anders, waarvan hij een vierde in zijn zak kon stoppen. Die verleiding was groter dan een maagd ontmaagden. Bovendien is de macht van Angelo groot en wil hij hem niet tegen zich in het harnas jagen.

Een herkenbare kuch op de gang kondigt de aanwezigheid van Alessandra aan. Een paar tellen later komt ze binnen.

“Alles is gereed, Marco. Ze wordt zo wakker, dus haast je.”

Marco opent de tussendeur en vlijt zich tussen de lakens naast Julia. Hij steunt zijn hoofd op zijn arm en kijkt naar haar.

Zachtjes kreunend opent Julia haar ogen, even weet ze niet waar ze is.

Als ze haar hoofd omdraait, ziet ze Marco naast haar liggen. Hij heeft zijn kleding aan. Zelf heeft ze haar jurk ook nog aan. Gelukkig.

Ze kan zich echter niet herinneren hoe ze hier terecht is gekomen.

 

©Elles Jansen / november 2012

 

zondag 18 november 2012

De Venetiaanse Affaire - deel 4


Na een wonderlijke avond wordt Julia door Marco in een gondel teruggebracht naar haar hotel. Hij laat haar echter alleen op de kade achter.......

 
Hoofstuk 4

Dag 2 Julia

De volgende ochtend wordt ze gewekt door geklop op de deur. Ze schiet snel in de badjas van het hotel en opent de deur. Er staat een gerant met een ontbijtkarretje. Hij rijdt het binnen en dekt het tafeltje bij de balkondeuren die hij wagenwijd openzet. Geluiden van de stad dringen de kamer binnen, evenals de zonnestralen.
Julia kijkt toe terwijl hij in een mum van tijd een heel ontbijt uitstalt. Als hij klaar is, buigt hij diep en loopt achteruit met het karretje. Vlak voor de deur draait hij zich om en verlaat de kamer.

Julia loopt naar de gedekte tafel. Naast een kan verse jus d’orange en de bialetti met koffie staat een rode roos in een kristallen vaasje. Er hangt een minuscuul kaartje aan. Julia leest hardop: “Goedemorgen prinses, klaar om Venetië te ontdekken? Sta dan om tien uur klaar in de lobby, uw reisgids M.”
Er blijft niet veel over van het ontbijt.
Snel rommelt Julia in haar koffertje naar geschikte kleding. Toen ze thuis haar kleding inpakte, had ze geen rekening gehouden met een amoureuze wandeling. Ze had er spijt van dat ze geen mooi stelletje uitgangskleren had meegenomen. Nu moest ze het doen met een spijkerbroek, T-shirts en enkele katoenen jurkjes met bijpassende sandaaltjes. Platte sandaaltjes welteverstaan. Het moet maar. Tenslotte zal er veel gelopen worden.

Om klokslag tien stapt ze uit de lift de lobby in. Marco zit al gereed in een van de lederen banken. Hij draagt een kakibroek en poloshirt. Lekker sportief gelukkig. Hij lacht als hij haar onzekere blik ziet en loopt snel op haar af.
“Goedemorgen, lekker geslapen?”
“Als een roos,” zegt Julia dubbelzinnig.
Voor het hotel ligt weer een bootje klaar.
“Ik wil eerst met je naar Murano en Burano om je het allermooiste glasblaaswerk te laten zien van de hele wereld. ’s Middags is het daar te druk. De gemotoriseerde gondel vaart in noordelijke richting en na een minuut of vijftien zetten ze voet aan wal.

Marco neemt haar mee naar een 17e eeuws palazzo in het centrum. Hier is een glasmuseum gehuisvest waar hij haar allerlei beroemde stukken laat zien uit de geschiedenis van de Venetiaanse glaskunst. Sommige stukken zijn al tweehonderd jaar oud. De prachtige kleuren en vormen zijn indrukwekkend. Na het museumbezoek troont hij haar mee een winkeltje in en staat erop een souvenir voor haar te kopen. Hij kiest een dansend koppeltje met prachtige azuurblauwe kleuren in de jurk van de vrouw.
“Zo zal je altijd aan me denken,” zegt hij.
Julia is ontroert en stopt het cadeautje in haar tas.
De betovering wordt abrupt verbroken als hij buiten haar hand pakt en naar de kade rent.
Hij gaat niet naar de gondel maar stapt op een Vaporetto.
“Je moet Venetië in al zijn facetten voelen en beleven,” zegt hij als ze achter op het dek staan in de stinkende oliewalm van de motor.

De dag vliegt voorbij. Het duizelt Julia van alle namen van de palazzi en hun belangrijke families. Bij de laatste palazzo heeft Marco een verassing in petto. Hij zegt tegen Julia dat ze hier uitstappen voor een speciaal diner voor twee.

Marco helpt Julia galant uit de gondel stappen en loopt de drie trapjes op naar de imposante houten deur. Ze worden hartelijk ontvangen door de patron die hen voorgaat naar de linkervleugel. Als ze bij een deur met prachtig houtsnijwerk stoppen zegt Julia.
“Ik zou me graag eerst wat willen opfrissen voordat we gaan eten”
Marco zou Marco niet zijn als hij daar niet aan gedacht had.
“Boven is een kleedkamer met een douche”, zegt hij en spreek in snel Italiaans de patron toe waarna deze haar terug naar de hal begeleidt. Ze lopen de brede marmeren trap op naar boven. De gedienstige patron opent een deur en Julia betreedt de ruimte waar een bankje en twee stoelen staan. Hier ligt een eenvoudig rood jurkje met spaghetti bandjes op haar te wachten met de pumps van de vorige avond!  Aan de muur hangt een dubbele wastafel en daarnaast staat een kaptafel tegen de wand. Achter een muurtje bevindt zich een toilet en douche.
Julia probeert het stemmetje dat alles te mooi is om waar te zijn, naar de achtergrond te duwen en stapt onder de douche.

Beneden zit Marco te telefoneren. Hij heeft Alessandra aan de lijn.

“Ja, alles is in orde. We gaan eten en zullen over een uurtje of twee wel zover zijn.” zegt hij en zet daarna zijn mobiele telefoon op stil.
Hij draait het glas met rode wijn tussen zijn vingers. Het tafeltje in de romantische kamer staat gereed. Het Palazzo heeft geen openbaar restaurant. De eigenaar heeft een deel van het palazzo ingericht als gastenvertrek waar rijke zakenmannen hun flirtaro mee naar toe kunnen nemen. Het intieme huiskamerrestaurantje biedt plaats aan een tafeltje voor twee of meer…
Venetië heeft vele geheimen en is de perfecte plaats voor liaisons.
Marco voelt of de ampul in zijn jasje zit. Hij heeft zich ook verkleed voor het diner. Natuurlijk heeft Alessandra overal aan gedacht. Wat zou hij zonder haar kunnen beginnen?

De deur gaat open en Julia stapt fris de kamer binnen. Marco laat zijn ogen over haar mooie vormen glijden. Het jurkje past haar perfect.
Julia weet niet wat ze ziet, haar mond valt open van verbazing. De bloemen, de kleine waterval, de kaarsen. Prachtig. Ze loopt op Marco af.
Marco staat op, loopt naar haar toe en schuift haar stoel naar achteren zodat ze plaats kan nemen aan het tafeltje.
“Ik zie dat je alles gevonden hebt om je op te frissen,” zegt hij, terwijl hij haar diep in de ogen kijkt.
“Ik heb er geen woorden voor,” antwoordt Julia blozend.
Er komt een man binnen met twee borden. Het voorgerecht, bestaande uit gerookte parmaham en diverse soorten meloen, wordt opgediend.
Als de ober wijn wil inschenken stuurt Marco hem weg.
“Laat maar, beste, dat doe ik zelf vanavond,” en met een vette knipoog zoals dat tussen twee mannen gaat die weten hoe de avond heen zal verlopen, verdwijnt de ober geluidloos.
Marco schenkt de glazen halfvol. Ze toasten en beginnen te eten.
Zodra Julia haar vork heeft neergelegd komt de ober binnen om de borden af te ruimen. Het lijkt wel alsof hij op een geheim teken heeft gewacht.

“Kom, ik wil je wat laten zien,” zegt Marco terwijl hij gaat staan.
Julia volgt hem naar de openslaande ramen. Ze kijken uit over een prachtige tuin en stappen op het terras. De geur van jasmijn en plumeria bezwangeren de lucht. Marco gaat weer naar binnen om de bijgevulde wijnglazen op te halen.
Er staat een houten bankje waarop ze gaan zitten. Op het moment dat Julia van haar glas nipt, klinkt de stem van Andrea Bocelli uit de speakers die buiten tegen de gevel hangen. Een perfect romantische avond, denkt Julia.

Nog even, denkt Marco.

 

 

De Venetiaanse Affaire - deel 3


De man kust de in fluwelen handschoen gestoken hand van Julia en zegt op een geheimzinnige toon “Dit is niet onze laatste dans”. Dan verdwijnt hij tussen de gemaskerde en gekostumeerde gasten.



Hoofdstuk 3

Marco

Marco ziet Julia op hem en Alessandra af komen lopen.
“Daar komt ze aan, praat maar over het toiletvoorval,” zegt hij snel.
“Hier is mijn dame weer, is ze niet betoverend, Alessandra?” zegt hij als Alessandra niet snel genoeg kan overschakelen en Julia zich bij hen voegt.
Hij hoopt dat Julia niet in de gaten heeft dat Alessandra en hij elkaar al langer kennen dan vanavond.
“Opnieuw hallo,” zegt Julia lachend. Het masker laat het onderste deel van haar gezicht vrij zodat haar prachtige glimlach zichtbaar is.
“Gelukkig ben je weer hersteld en kan je van dit bal genieten,” zegt Alessandra.
“Zeg dat wel. Willen jullie me excuseren? Ik moet even naar het toilet.” Julia draait zich om en loopt weg.
“Ik meen wat ik daarnet gezegd heb, Alessandra. Deze is speciaal en ik wil hier langer profijt van hebben. Daarom wil ik pertinent niet dat er vanavond …”
“Ik waarschuw je alleen maar Marco, zodat je er niet persoonlijk bij betrokken raakt.”
“Dat waardeer ik maar de avond is voor mij.”
“De anderen zullen je dat niet in dank afnemen, zeker Angelo niet. Hij heeft het hoogste bod uitgebracht.”
“Hij moet maar even geduld hebben, zeg hem maar dat de juiste voorbereidingen tijd kosten en nog niet gereed zijn.”

Julia komt de zaal weer binnen en op het moment dat ze naar Marco loopt, ziet hij een andere gemaskerde man op haar afstappen en mee de dansvloer op leiden.

“Angelo is niet de enige die trek heeft gekregen,” zegt hij tegen Alessandra. “Je moet je dus niet druk maken, ik weet waar ik mee bezig ben.”
Zijn ogen volgen Julia over de vloer, dansend als een engel. Aan de overzijde van de zaal ziet hij Angelo staan, zijn hoofd volgt elke beweging die Julia en Patrizio maken. Door het masker is niet te zien wat zijn gezichtsuitdrukking is maar Marco kan het wel raden. Hij glimlacht fijntjes.
Alessandra heeft het ook gezien. Ze loopt elegant naar Angelo en neemt hem mee de dansvloer op.

Als de dans is afgelopen maakt Julia zich los en verontschuldigt zich waarna ze weer naar Marco gaat.
“Ik heb behoorlijk dorst gekregen van het dansen,” zegt ze lachend.
“Dat kan geregeld worden, mevrouw. U hoeft het maar te vragen.” Marco wenkt een ober en pakt twee glazen champagne van het blad.
Ze kijken naar de dansende mensen. De een nog mooier uitgedost dan de ander. Julia kijkt haar ogen uit, zoiets heeft ze nog nooit gezien.
Alle dames zijn onherkenbaar. Ofwel door voorgehouden maskers, ofwel door prachtig geschilderde maskers rechtstreeks aangebracht op het gelaat. Niet alle mannen zijn vermomd maar een groot deel wel. Marco valt niet op omdat hij niet gemaskerd is, maar Julia zou hem toch geen onopvallende verschijning willen noemen. Blijkbaar is hij een bekende gast hier want hij wordt vaak gegroet. Toch richt hij zijn aandacht alleen op haar. Hij danst met geen enkele andere vrouw.
Na enkele nummers zet het orkest in met een prachtige langzame melodie.
Marco pakt het glas uit Julia’s hand en zegt: “De laatste dans is voor mij.”
Ze zweven over de dansvloer, bij iedere stap trekt hij haar dichter tegen zich aan tot hun lichamen versmelten. Marco voelt Julia’s hart tegen het zijne bonken. Haar ademhaling gaat sneller. Vanavond gaat hij de regels overtreden. Hij heeft haar zelf gevonden, ditmaal mag hij de prijs bepalen.

“Kom,” fluistert hij. “We gaan hier weg.”
Hij danst richting de uitgang en glippen de hal in, pakken elkaars hand vast en rennen de trappen af. Uitgelaten als kleine kinderen die er stiekem vandoor gaan rennen ze door tot de buitendeur.
De gondel ligt klaar en Marco helpt Julia instappen. De gondelier reikt een plaid aan die Marco over haar schouders drapeert. Hij zegt iets in het Italiaans en de gondel vertrekt.
Het is een heldere nacht, de maan verlicht het water. Venetië is betoverend en Julia leunt achterover tegen Marco aan.

Als ze bij het hotel aankomen kust hij haar achter haar oor. “We zijn er, cara mia,” zegt hij zacht helpt haar uit de boot.
“Tot morgen, slaap zacht en droom maar lekker.” Zijn lippen beroeren vluchtig haar haar. Dan draait hij zich om en gaat weer in de gondel. Als de gondelier zich afduwt van de kade steekt hij zijn hand op. Hij ziet aan de blik hoe ze naar hem kijkt dat ze vast op een andere afloop had gerekend. Hij staat ook verstelt van zichzelf.

Julia staat op de kade en ziet de gondel met Marco langzaam keren, hij wuift. Waarom heeft hij haar niet gekust? Ze had hem zo meegenomen naar haar kamer. Wat is er met haar aan de hand? Ze lijkt wel een verliefde tiener in plaats van een volwassen vrouw. “Doe normaal Julia, je gaat toch niet al de eerste avond met een volstrekt vreemde vent naar bed?”
Dat zegt haar verstand, het gevoel onder in haar buik zegt heel iets anders.
Ze draait zich om en loopt het hotel binnen. Enkele minuten later liggen jurk, kousen en pumps op de grond en staat ze onder de warme douche. Niet veel later glijdt ze tussen de koele lakens en valt in een diepe slaap.

 

 

 

 

vrijdag 16 november 2012

De Venetiaanse Affaire deel 2


Julia ligt vastgebonden op een hemelbed, kan niet praten en bewegen.
Wat moeten die mannen met Venetiaanse maskers, en waar is Marco?

 

De vijf gemaskerde mannen bewegen als schimmen rond haar bed. De kamer is verlicht met tientallen kaarsen in zilveren kandelaars. De schaduwen bewegen achter de mannen op de muren, uitvergroot.
Julia zoekt naar Marco maar hij is niet in de kamer.

De deur gaat open, er komt een vrouw binnen. Ze draagt een lange elegante jurk en heeft eveneens een masker op. Haar handen zijn verborgen in satijnen handschoenen die tot aan haar bovenarmen reiken. Ze heeft een zilveren bokaal bij zich. De gemaskerde mannen halen iets uit hun zak. Julia probeert te zien wat het is, maar het duurt even voor haar hersenen het registreren. Het lijken witte kaartjes. De vrouw heeft iets vast wat flikkert in het licht, het lijkt een pen. Opeens gaat er een van de mannen op het bed zitten. Zwaar ademend hangt hij vlak boven Julia’s gezicht. Ze verstijft en weet niet of ze haar ogen moet sluiten of juist moet blijven kijken. Te laat. Hij haalt het masker van haar gezicht, zijn blik dringt al in de hare. Hij strijkt met een vinger langs haar hals, langzaam naar beneden en glijdt dan over de dunne stof van haar jurk over haar borst, net boven haar tepel. Ze wil het niet, walgt van zichzelf als haar tepel reageert.
De man staat abrupt op, pak de pen van de vrouw, schrijft iets op zijn kaartje en gooit dat vervolgens in de bokaal. De andere mannen gooien hun kaartjes hier ook in en daarna verlaten ze allen de kamer, op de vrouw na. Deze komt op het bed afgelopen. Ze strijkt de losgeraakte haren uit het gezicht van Julia en haalt dan een zakdoekje uit een plooi van haar jurk. Ze veegt ermee over Julia’s gezicht en plaatst het masker terug.

 “Come si fa, signora?” hoort Julia een vrouw met een Engels accent zeggen. Als ze voelt dat iemand zachtjes tegen haar wang tikt, opent ze haar ogen. Het dringt langzaam tot haar door dat ze op een toilet zit.
Er is een vrouw bij haar in een avondjurk.
Ze gaat voor Julia staan en steekt beide armen onder haar schouders om haar van het toilet te helpen.
De soepele jurk van Julia valt naar beneden. Als ze een stap wil zetten wordt ze gehinderd aan haar voeten en valt bijna. De vrouw bukt en trekt haar slipje omhoog.
“Miscusi” zegt ze verontschuldigend.
“Het is oké,” Julia’s mond is kurkdroog en ze is een beetje draaierig.
Ze stappen het toilet uit en de vrouw laat haar plaatsnemen op een bankje naast de wastafels. Onder de koude kraan maakt ze een handdoekje nat en dept hiermee het gezicht van Julia.
Uiterst behoedzaam, om haar make-up zo min mogelijk te beschadigen.
Dan vult ze een glas met water en geeft dat aan Julia.
Dankbaar neemt die het aan drinkt een paar flinke slokken.
“Ik denk dat je flauwgevallen bent op het toilet” zegt de vrouw in het Engels. “Gaat het weer een beetje?”
“Ja, dank u.”
De vrouw loopt terug naar het toilet en komt terug met een masker.
Het masker.
Marco.

Er klinkt gebonk op de deur, een mannenstem  roept. “Julia, ben je daar?”
De vrouw loopt naar de deur en als ze die opent, ziet Julia Marco. Hij kijkt erg bezorgd.
“Ladies only” zegt de vrouw vastberaden.
“Momento…”
 “Wacht maar even buiten, meneer.”
Ze loopt terug naar Julia en kijkt haar onderzoekend en dan goedkeurend aan.
“Gelukkig, je hebt weer wat kleur op je wangen. Heb je wel iets gegeten vanavond?”
Julia schudt haar hoofd. “Ik geloof het niet.”
“Dat zal het zijn. Maar binnen is er eten in overvloed dus als ik jou was zou ik eerst maar eens wat eten. Ik ben Alessandra, aangenaam.”
“Julia, en ik weet niet hoe ik u moet bedanken.”
“Geen dank, in het vervolg maar beter voor uzelf zorgen. Eten is belangrijk en drinken ook. Europeanen zijn niet gewend aan de Italiaanse temperaturen. Zullen we gaan?”
Julia staat op. Ze kijkt even naar zichzelf in de spiegel. Haar ogen staan een beetje waterig. Ze weet nog dat ze met Marco door de gang liep en dat hij haar een deur door duwde. Was dat van het toilet?
Ze loopt achter Alessandra aan de toiletruimte uit.
Marco omhelst haar.

“Julia, is alles oké? Ik was zo ongerust. Toen ik uit het herentoilet kwam, zag ik je niet op de gang. Ik klopte bij de damestoiletten aan, hoorde niks. Toen ik mijn hoofd om de deur stak was hier alles leeg. Ik heb je naam geroepen maar hoorde niks. Daarna ben ik de balzaal ingelopen omdat ik dacht dat je misschien zelf al die kant op was gegaan. Zoveel mensen, iedereen met een masker op. Ik kon je niet vinden. Raakte in paniek. Ik was zelfs bang dat je je bedacht had en misschien het bootje teruggenomen had. Ik…”
“Stop Marco, ssst. Ik ben flauwgevallen op het toilet. Waarschijnlijk omdat ik al een tijdje niets gegeten en gedronken heb en er al een lange dag op heb zitten. Nu gaat het wel weer maar ik moet nodig een hapje eten.”
“Weet je zeker dat je in orde bent. We kunnen ook weggaan.”
“Nee, ik ben hier nu, samen met jou in deze prachtige jurk, dus laten we er nog een mooie avond van maken,” oppert Julia en pakt de arm van Marco vast.
“Oké, doe je masker voor want ik wil je voor mezelf houden,” zegt Marco zachtjes.
Gelukkig is het masker heel gebleven bij het onfortuinlijke toiletbezoek.

Samen lopen ze een marmeren trap op. Muziek klinkt door de ruimte. Bovenaan de trap staan twee lakeien. Ze knikken naar Marco en begroeten hem in het Italiaans. Dan maken ze een lichte buiging. Voor Julia! Ze bloost achter haar masker. De grote deuren zwaaien open en ze betreden een fantastische zaal. Pilaren steunen een balustrade die rond de gehele ruimte loopt. Kroonluchters hangen van het hoge, authentiek bewerkte plafond naar beneden. Een orkest staat te spelen op een podium aan de linkerkant en rechts is een boog die naar een andere ruimte leidt.
Marco duwt haar zachtjes naar de boog. Als ze er onderdoor lopen komen ze in een zaal met een feestelijk uitziend buffet. Kandelaars met kaarsen staan tussen de plateaus met allerlei verfijnde gerechten. Marco pakt een bord en schept diverse hapjes op. Hij vraagt Julia om hem te volgen en begeleidt haar naar een opstapje waar ronde tafeltjes staan en meer mensen zitten te eten. Het is zo donker dat je de gezichten van de andere gasten nauwelijks kunt zien. Marco zet het bordje op tafel en houdt de stoel voor Julia iets naar achteren. Ze neemt plaats. Verrast door zijn attentheid. Dat zulke mannen nog bestaan denkt ze glimlachend. Hij gaat tegenover haar zitten.
Gelukkig kan ze het masker nu afdoen en legt hem naast het bord op tafel. Ze kan nauwelijks zien wat ze eet.  Marco wenkt een ober en bestelt een karaf wijn en een karaf water. Hij praat zachtjes tegen Julia. Door de donkere omgeving worden andere zintuigen extra geprikkeld.
Het eten is heerlijk, vis met een koude pastasalade en fruit. Julia voelt zich stukken beter. Ze raakt de wijn niet aan maar drinkt alleen water.
Ze hoort het geroezemoes van de andere gasten en het geluid uit de aangrenzende zaal. De muziek lokt.
Marco schijnt het aan te voelen en staat op.
“Zullen we?” vraagt hij en geeft Julia een arm. Met zijn andere hand geeft hij haar het masker.
Ze lopen terug naar de balzaal. Het is weer even wennen aan het licht.
Marco haar mee de dansvloer op en legt zijn hand op haar rug. Julia legt haar rechterhand op zijn schouder. Haar andere hand heeft ze nodig voor het masker. Hij houdt haar daarom stevig vast, zodat ze haar evenwicht niet kan verliezen. Samen zweven ze over de vloer. Julia heeft het gevoel dat ze in een sprookje terecht is gekomen.
Dan wordt Marco op zijn schouder getikt. “Change”, zegt een gemaskerde man in een elegant kostuum.
Marco knikt spijtig, fluistert “tot zo” in Julia’s oor en voor ze het weet zweeft ze me een volstrekt vreemde man opnieuw over de vloer. Deze onbekende verstaat de kunst van dansen. Hun lichamen volgen elkaar alsof ze al jaren niets anders doen. De zachte druk op haar onderrug, vlak boven haar billen is net niet aanmatigend, de warmte van zijn hand dringt diep door.
Julia kijkt haar danspartner aan en ziet zijn ogen indringend glimmen. Ergens komen ze haar bekend voor, maar dat lijkt haar onmogelijk. Ze schudt de gedachte van haar af voor ze zich overgeeft aan de muziek.

Als laatste noten wegsterven, staat ze met haar partner terug op de plaats waar Marco is achtergebleven. Hij is in gesprek met Alessandra.
De man kust de in fluwelen handschoen gestoken hand van Julia en zegt op een geheimzinnige toon “Dit is niet onze laatste dans”. Dan verdwijnt hij tussen de gemaskerde en gekostumeerde gasten.

vrijdag 9 november 2012

De Venetiaanse affaire

 

Julia legt haar handbagage in het kastje en gaat zitten. De stoel naast haar is leeg en daarnaast zit een man met oortjes in uit het raampje te kijken. Ze vraagt zich af of de stoel leeg gaat blijven nu haar vriendin Anne op het laatst geannuleerd heeft.

De steward komt langs de stoelen gelopen, sluit alle kleppen van de bagagekastjes en kijkt of alle passagiers de gordels vasthebben. De motoren draaien. Er ontstaat wat commotie bij de ingang en dan komt er een lange slanke knappe kerel het smalle gangpad ingelopen. Hij stopt bij Julia en opent het bagagekastje om zijn koffertje in te stoppen.

“Sorry voor het storen, maar ik heb de stoel naast u,” zegt hij met warme stem met een Italiaans accent.
Julia maakt de veiligheidsriem los en stapt naast het gangpad. De man schuift langs haar en neemt plaats. Een muskusachtige geur prikkelt haar neus.
“Tonio, aangenaam” zegt hij.
“Julia”
“Dat was maar op het nippertje” zegt Julia.
“Ja, zeg dat wel” zegt Tonio.
“Gaat u naar Venetië?” vraagt hij.
“Ja voor de eerste keer” antwoordt Julia.
“Prachtige stad, maar ik ben bevooroordeeld. Ik woon er namelijk en ken elk hoekje” zegt Tonio.
De motoren van het vliegtuig zwellen aan en even later stijgen ze op.

Julia sluit haar ogen en knijpt onwillekeurig in de stoelleuning en voelt dan plotseling een warme hand een geruststellend kneepje geven. Ze kijkt opzij en kijkt en de warme ogen van haar buurman.
“Er gebeurt niks hoor” zegt hij “autorijden is gevaarlijker.”
“Ik weet het maar ik kan er niks aan doen.”
Ze raken aan de praat over Venetië en in de ontspannen sfeer laat Julia ontvallen hoe teleurgesteld ze is dat haar vriendin op het laatste moment niet meeging omdat het terug aan was met haar vriend. Ze eindigt met op te merken dat ze het zonde vond om te annuleren, er was geen geldige reden dus dan zou ze haar geld kwijt zijn. Bovendien had ze zich zo lang al verheugd op een bezoek aan de fabelachtige stad die langzaam in het water zou verdwijnen dat ze besloten had er het beste van te maken op haar eentje.
Tonio verzekert haar dat Venetië zo betoverend is dat ze zich geen moment zal vervelen en ook niet eenzaam zal voelen tussen de gastvrije Italianen.
Het vliegtuig zet de daling in en als ze de koffers opwachten bij de bagageband nemen ze afscheid.

Julia houdt een taxi aan en noemt het adres van het hotel. Op haar kamer aangekomen merkt ze de enorme bos bloemen op die op het antieke tafeltje voor het raam staan. Nieuwsgierig kijkt ze op het kaartje en leest “Geniet van je verblijf Julia”. Er staat geen afzender op het kaartje. Ze belt naar de receptie en wordt bevestigd in haar vermoeden. De bloemen zijn afgegeven door een koerier. Afzender onbekend.
Ze zullen wel van Anne zijn, denkt Julia. Uit schuldgevoel natuurlijk.

Het is nog vroeg in de middag en Julia wil geen kostbare tijd verliezen. Ze pakt haar tas, de Marcopologids en haar fototoestel en verlaat het hotel.
Na het San Marcoplein loopt ze de steegjes in. Zoveel winkeltjes, ze weet niet waar ze eerst moet kijken. Dan wordt haar aandacht getrokken door een ronddraaiend Venetiaans masker in een Antiekzaak. Goud glinstert in het spotlicht en de zwarte en dieppaarse kleuren geven het masker iets mysterieus. De andere maskers in de etalage zijn ook schitterend maar verbleken bij dit prachtexemplaar. De prijzen liegen er niet om, echter bij het ronddraaiend masker is geen prijskaartje te zien. Vast onbetaalbaar, of wellicht niet te koop denkt Julia.
Met moeite rukt ze zich los.
Inmiddels valt de schemering in. Julia is zo ver afgedwaald dat ze opeens tot de ontdekking komt dat ze het commerciële deel al lang achter zich heeft gelaten. Haar rammelende maag herinnert haar aan het feit dat ze al sinds ze het vliegtuig verlaten heeft, niets meer gegeten heeft. Ze haast zich terug naar het hotel. Gelukkig beschikt ze over een zeer goed oriëntatiegevoel en al snel raakt ze door de wirwar van straatjes terug op het San Marcoplein en even later staat ze in de lobby van het hotel. Ze besluit zichzelf toch even tijd te gunnen om zich op te frissen voor het diner en gaat naar haar kamer.

Ze opent de deur en wil het licht aandoen maar ziet dat de schemerlampjes boven haar bed branden. Wat gek, ze kan zich niet herinneren dat ze die lampjes had aangedaan.
Terwijl ze de kamer verder inloopt valt haar oog op een pakje op haar hoofdkussen. Ze pakt het op en merkt dat het verbazend licht weegt. Ze maakt de envelop open die op het pakje vastzit en haalt het kaartje eruit. In zwierige zwarte inkt staat een mysterieuze boodschap.

“Trek de zwarte jurk aan en draag de inhoud van dit pakje, kom daarna naar de lobby.”

Zwarte jurk? Ik heb helemaal geen zwarte jurk, denkt Julia.
Ze pakt het pakje uit en schrikt als ze het masker ontwaart wat ze eerder die middag heeft gezien op het ronddraaiende plateau in het oude centrum. Het is van zeer delicaat materiaal en heeft een kort steeltje aan de zijkant.

Is dit wel voor haar? Is het niet op de verkeerde kamer neergelegd? Ze loopt de badkamer in en slaakt een gil als ze een zwarte lange jurk ziet hangen voor de spiegel. Een paar zwarte lange fluwelen handschoenen liggen op de wastafel en zwarte pumps staan bij het kleedje op de grond.
Er ligt opnieuw een envelop, dit maal met haar naam erop. Op het kaartje staat: ik hoop dat hij past.

Ze weet niet wat ze moet doen maar uiteindelijk overwint haar nieuwsgierigheid de twijfel en trekt ze de prachtige soepele jurk aan. Aan de rechterzijde zit een split tot halverwege haar bovenbeen. De jurk zit perfect. Ze stapt in de pumps die eveneens als gegoten aan haar voeten glijden. Ze steekt haar haren op, werkt haar make-up bij en pakt het masker in de slaapkamer. Als ze het voorhoudt en in de spiegel kijkt herkent ze de vrouw niet die ze voor haar ziet staan.
Voor ze zich kan bedenken gaat ze naar de lobby. Daar staat Tonio!
“Dag Julia,” zegt hij met omfloerste stem. “Ik ga je een onvergetelijke avond bezorgen.”

Wat romantisch denkt Julia en ze stort zich welbewust in het avontuur als ze haar arm door de zijne steekt en door de draaideur naar buiten wandelt.

Vlak bij het hotel is een gracht en ze dalen het trapje af naar de klaarliggende gondel. Terwijl ze wegvaren geniet Julia van de prachtige oude lantaarns op de bruggen en langs de kade. Ze varen een klein kwartier en meren dan aan bij een Venetiaans paleis. Vol verwachting tilt ze haar jurk op en pakt de aangereikte hand aan van Tonio. Heel de weg heeft hij niets gezegd. Zo mysterieus allemaal. Ze lopen de met kaarsen verlichte hal in en Julia hoort muziek en geroezemoes. Tonio gebiedt haar het masker voor te houden als er mensen aan komen lopen door de lange gang. Als de mensen voorbij gelopen zijn opent hij een deur en duwt haar zachtjes in haar rug de openstaande ruimte in. Het is er pikkedonker. De deur sluit achter haar en het blijft donker.

“Julia, Julia” hijgt Tonio in haar nek. “Heb je nooit geleerd niet met vreemde mannen mee te gaan?”

Julia schiet in de lach, ze laat zich zomaar niet op stang jagen.

“Jij wilt het mysterieuze Venetië ontdekken he?” zegt hij. “Wacht hier maar even, en niet omdraaien”  en ze voelt iets prikken in haar bovenarm maar het was zo snel dat ze denkt het zich te verbeelden. Dan voelt ze een koude luchtvlaag en bevindt zich nog steeds in het donker. Ze hoort een klik en probeert te denken of de deur nog op slot ging of gewoon gesloten werd. Ze voelt zich raar zweverig en even later zakt ze neer op de vloer.

Als ze bijkomt ligt ze op een enorm bed, haar armen en benen vastgebonden aan de spijlen van een groot hemelbed. Rondom haar staan vijf mannen, ze dragen allen Venetiaanse maskers en kostuums uit de vorige eeuw. Ze heeft haar kleding nog aan, zelfs het masker ligt op haar gezicht.
Ze schudt wild met haar hoofd maar het masker is vastgemaakt en blijft zitten.
Ze wil praten maar haar tong is verdoofd. Alsof ze bij de tandarts is geweest.
Wat moeten die mannen, waar is Tonio?


 

© Elles Jansen / november 2012